Duitse diesellocomotieven in Nederlandse dienst
Tussen 1979 en 1984 werden locomotieven van de Duitse serie 216 ingezet op het Nederlandse spoor om een tekort aan diesellocomotieven bij NS op te vangen. Dit tekort was het gevolg van een onverwachte stijging in het (bulk)goederenvervoer en een opvallend hoge defectstand.
De extra locomotieven van de Deutsche Bundesbahn werden samen met twee exemplaren van de buurlandtreinen Bremen Hbf – Groningen ingezet in de goederendienst. Op drukke momenten waren er in Delfzijl zelfs drie tegelijk aan het werk. Daarnaast trokken de robuuste 216’s ook reizigerstreinen, bestaande uit Plan E-rijtuigen die in de winter verwarmd werden door een energiewagen. Later reden ze ook de zware Drentse olietreinen.
De serie 216 was vooral actief in Noordoost-Nederland, maar kwam ook tot Utrecht Lunetten. In 1985 werd hun inzet in Nederland beëindigd. De Duitse locomotieven lieten een blijvende indruk achter bij de machinisten uit Groningen, Leeuwarden en Zwolle, die speciaal werden opgeleid om met deze machines te rijden. De comfortabele cabines, het lage geluidsniveau en het indrukwekkende vermogen van 1.900 pk maakten de locomotieven bijzonder geliefd.
Wim Hoekema en Martin van Oostrom beschrijven aan de hand van vele, originele Duitse en Nederlandse bronnen de geschiedenis van de Duitse serie 216 in Nederland.
Het boek is rijk geïllustreerd met unieke foto’s en documenten, en biedt een fascinerend inzicht in het goederenvervoer en de spoorinfrastructuur van NS uit een vervlogen tijdperk.



